Gezondheidsonderzoeken bij de SWH

De Saarlooswolfhond is een rashond met de daarbij behorende gezondheidsproblemen. Problemen is misschien een groot woord maar zoals bij elk ras zijn er erfelijke aandoeningen die de kop op kunnen steken. Het is dus van belang dat dit wordt voorkomen en gelukkig kunnen we op een aantal erfelijke aandoeningen testen.

Het is belangrijk voor de instandhouding van het ras dat er vroeg ingegrepen kan worden bij bepaalde aandoeningen voordat deze zich in het ras verder verspreiden. De aandoeningen waar we nu op kunnen controleren zijn: Heup dysplasie, PRA (progressieve retina atrofie) en overige oogaandoeningen. Door middel van DNA onderzoek kan bekeken worden of een hond vrij, drager of lijder is van Dwerggroei of Degeneratieve Myelopatie ofwel DM.


HD onderzoek

Heupfoto’s kunnen het best gemaakt worden als de hond goed uitgegroeid is. Dan heb je een goed beeld van de kwaliteit van de gewrichten. De röntgenfoto die je bij de dierenarts hebt laten maken die wordt opgestuurd naar de Raad van Beheer waar een beoordelingspanel de foto evalueert. Vervolgens krijg je een certificaat thuisgestuurd met daarop de waarde die ze aan de gewrichten toekennen. De gradaties A en B zullen geen last krijgen van HD, vanaf C of D kan een hond klachten gaan krijgen aan de heupen. Voor de fokkerij mogen alleen honden met HD A en B gebruikt worden, en evt een hond met HD C alleen in combinatie met een hond die HD A heeft. Dit is gelukkig een aandoening die bij de SWH weinig voorkomt en door te blijven testen kunnen we dit ook zo houden.

Oogonderzoek

PRA ofwel ‘progressieve retina atrofie’ is een oogaandoening waarbij een hond uiteindelijk blind kan worden. Er is hiervoor helaas nog geen dna test dus is het van belang dat honden getest worden doormiddel van een bezoek aan de oogarts. Die kan dan zien door te spiegelen (het soort onderzoek) of de hond wel of geen PRA ontwikkeld. Tijdens dit onderzoek wordt er ook gekeken naar overige aandoeningen zoals cataract. Cataract is ook een aandoening die voorkomt bij de SWH maar in verschillende vormen waardoor het ook nog moeilijk is om te zeggen hoe dit vererft. Deze aandoeningen uiten zich vaak pas op latere leeftijd waardoor het moeilijk is qua fokken om dit geheel te voorkomen. Wat dan ook belangrijk is, is dat veel verschillende honden worden getest om een goed overzicht te krijgen wat waar voorkomt. Dan kun je er enigszins rekening mee houden welke ‘lijnen’ in meerder of mindere mate risico lopen. Daarnaast is dit natuurlijk niet een eenmalige test maar is het zeker nuttig om op verschillende leeftijden te testen juist omdat deze aandoeningen op jonge leeftijd wellicht nog niet te zien zijn.

Dwerggroei

Dwerggroei is een aandoening dat al heel lang bestaat en met name ook bij de Duitse Herder waar de SWH ook vanaf stamt. Een lijder van dwerggroei is op jonge leeftijd al te ontdekken omdat de pup achterblijft in de groei. Er is dus geen risico dat lijders worden gebruikt. Echter een drager van dwerggroei heeft nergens last van en is een gewone gezonde hond, maar deze kan het gen overdragen aan zijn nakomelingen. Als per ongeluk beide ouderdieren drager zijn dan zouden er weer dwergjes geboren kunnen worden.
Gelukkig is er een DNA onderzoek mogelijk waarbij je kunt testen of je hond drager of vrij is van het dwerggen. Dit zorgt ervoor dat je veilige combinaties kunt maken en dat er geen dwergje meer geboren hoeft te worden.

DM

Een hond die DM (degeneratieve myelopathie) heeft krijgt op latere leeftijd een steeds zwakkere achterhand en deze kan verlamd raken. Een hond die vrij of drager is van het gen is een gezonde hond en kan ingezet worden voor de fok. Een lijder is echter een hond die daadwerkelijk de ziekte zal krijgen. Bij dwerggroei is dit vanaf de geboorte al snel duidelijk maar DM is een ziekte die meestal pas op latere leeftijd de kop op komt steken. Daarom is het heel fijn dat er nu een DNA test is ontwikkeld om er voordat je gaat fokken achter te komen of je hond lijder, drager of vrij is van deze aandoening. Omdat deze ziekte zich pas op latere leeftijd openbaard (dus nadat de dieren nakomelingen hebben gehad) is DM behoorlijk ver verspreid binnen de populatie. Als je botweg zou zeggen we fokken alleen nog maar met vrije dieren dan is de populatie te klein en gaat die weer ten onder aan een te kleine genenpoule en wat er dan nog aan ziektes ten gevolg van de genenvernauwing bij komen. Dus wat ik dan belangrijk vind is wel zoveel mogelijk verschillende honden inzetten en dan ook nog zoveel mogelijk verschillende combinaties waarbij drager x vrije hond gewoon gezonde honden oplevert die later weer in te zetten zijn. Dat er weer honden geboren worden die drager zijn van deze ziekte is niet te voorkomen maar hopelijk wel zo min mogelijk honden die nog lijder zijn en daadwerkelijk last kunnen gaan ondervinden van deze ziekte.
De DNA testen kunnen in principe op elke leeftijd afgenomen worden, dus kan er evt met de verdeling van de pups onder de pupkopers al rekening mee gehouden worden dat evt een vrije pup bij iemand terecht komt die fokplannen heeft. Dit is natuurlijk relatief omdat dit maar 1 van de criteria bij het fokken is. En de vraag is ook of deze wetenschap de keuze van je pup teveel beïnvloed en dat het wellicht belangrijker is dat de pup qua karakter bij de eigenaar past.

IC

Naast deze testen is het belangrijk om inzicht te krijgen in het percentage inteelt binnen de SWH populatie. Gelukkig worden er zoveel mogelijk stambomen en gezondheidsgegevens verzameld in een database. Hierin kun je een indruk krijgen hoe de verschillende “lijnen” lopen. Dan kun je zien welke lijnen meer en welke minder verwant zijn aan elkaar wat weer belangrijk is om de inteelt niet uit de hand te laten lopen. Als je goed gaat neuzen in deze database zul je schrikken in hoeverre eigenlijk alle SWH 1 grote familie is.
De database is te vinden op: http://www.saarlooswolfdog.com

Het gemiddelde inteeltpercentage van de SWH is zeer hoog. Reden om voorzichtig hiermee om te gaan! Daarnaast is het van groot belang de genetische variatie die er nu nog is te behouden. Dat wil zeggen dat er zoveel mogelijk verschillende honden ingezet zouden moeten worden.

Er zijn naast de controleerbare aandoeningen helaas ook altijd nog aandoeningen die voorkomen die nog niet te testen zijn. Bijvoorbeeld epilepsie en darmproblemen. De manier van vererving van aandoeningen is wellicht ook niet altijd hetzelfde. En sommige aandoeningen zijn niet per definitie erfelijke aandoeningen maar kunnen ook ontstaan door invloeden van buitenaf, de zogenaamde milieufactoren.
De een sluit het ander ook niet uit. Een erfelijke aanleg en milieufactoren kunnen bijdragen aan het wel of niet krijgen van een aandoening of ziekte. Belangrijk is ook hierbij weer een goede genenspreiding, vermindering van het inteeltpercentage en kennis van voorkomende aandoeningen om te proberen de risico’s van verspreiding binnen de populatie te verkleinen.

Al met al veel dingen om in de gaten te houden. Ik denk dat als je aan al deze dingen hebt gedacht en hebt mee laten wegen in de fokkeuze dat je als fokker er alles aan doet om een goed en gezond nest op de wereld te zetten. Pech kun je altijd hebben met een levend wezen maar belangrijker is nog dat we ook heel veel geluk hebben met deze prachtige honden. En vooral er zoveel liefde van terug krijgen.